PatPatricia Reyes de Bruin was de enige dochter van de Chileense journalist Alberto Maria Jesus Reyes en public relations adviseur Greetje de Bruin. Alberto vluchtte na de dood van Allende naar Nederland. Hij kon, na een jaar van verveling in een opvangkamp bij Beilen, aan het werk als bureauredacteur op de Spaanse redactie van de Wereldomroep. Alberto trouwde met Greetje van de afdeling communicatie toen hij een contract voor onbepaalde tijd kreeg. Er liepen veel pronte blonde meiden als Greetje rond in de directievleugel van de Wereldomroep, omdat de directeur, een omhoog gevallen boekhouder, dat soort volgzame vrouwen om zich heen verzamelde.
‘Een parmantig haantje tussen zijn hennetjes, die man’, riep Alberto vrolijk als Greetje niet in de buurt was.

Patricia studeerde rechten en werkte later voor een advocatenkantoor in Amsterdam. Ze verveelde zich er al snel, nam ontslag en ging een paar maanden reizen in Zuid-Amerika. Toen ze terug kwam, trouwde ze met een dikke pandjesopkoper (‘mollig’ hield Patricia vol). Hij droeg een glimmend pak en een forse pinkring. Na twee jaar had ze genoeg van hem. De scheiding draaide uit op een klassiek gevecht met veel moddergooien over en weer, maar Patricia liep op het eind met een flinke zak geld de rechtbank uit. ‘Nu hoef ik nooit meer te werken’, zei ze en bestelde een rondje voor het hele café. Ze riep om de haverklap dat ze dorst had als een Zwitserse kolenbrander.

Ed vond Patricia leuk en hij gaf haar een baan. We konden op de redactie wel wat juridische kennis gebruiken zei hij en hij kende haar vader goed. ‘Alberto deugt’, zei Ed en alleen daarom al verdiende zijn dochter een baan.

Patricia viel meteen op in het legertje productieassistentes, regieassistentes en assistentes van de assistentes, waarvan niemand meer precies wist wat ze nu eigenlijk deden. Niet alleen door de hoge hakken die ze altijd droeg, of de korte rokjes, de gruizen stem of dat haar (een bol koperdraad), maar vooral omdat ze haar werk goed deed. Ze werd al snel onze beste producer met een goed gevoel voor bijzondere onderwerpen.
‘Zeg, die bom, de auto van die..’
Ze moet echt naar bed, dacht ik.
‘Heb jij die Smeeds… die kunstenaar, heb je dat nog meegekregen.?’
‘Ja, ik hoorde het op de radio’, zei ik. ‘Die auto ontplofte net toen ik achter de ambulance aanjakkerde.’
‘Gaan we daar….. Moeten wij daar …?’
‘Misschien’, zei ik kortaf. Ik wilde slapen.
Patricia stond op, zette voorzichtig haar glas neer en omhelsde me. Ze keek me aan en veegde met haar tong over mijn lippen. ‘Ik ga slapen angelito’, fluisterde ze. ‘Ik ben dronken.’