Proloog

Proloog

Hanne was al vierentwintig en ze wist nog steeds niet of ze het nu liever met meisjes dan met jongens deed. Jongens hadden ook wel wat vond ze en allebei kon natuurlijk altijd nog. Ze had een obsessie voor seks vertelde ze me, de eerste nacht dat we samen dronken werden.

Hanne stelde vaak en plompverloren vragen en ze verkondigde zonder gêne
uitgesproken meningen over van alles en nog wat. Deze keer kreeg ik het idee dat er in de vertaling van het Deens naar het Engels iets mis ging en dat ze met obsessie eigenlijk interesse bedoelde. Later bleek obsessie toch het enig juiste woord, maar goed, op dat moment schrok ik nog van haar directheid.

Hoeveel vrouwen ontmoet een man in zijn leven? Honderd?Tweehonderd? Aan de meeste ga je snel voorbij. Met een paar dozijn praat en eet je eens wat en met een stuk of tien ga je misschien een stap verder. Er waren er bij die ik later hartgrondig haatte, vooral vanwege hun onoprechtheid waarmee ze zo makkelijk konden leven. Met twee woonde ik langere tijd onder één dak en er was er eentje die ik lief had in de morgendauw, maar toen was ik nog heel jong. Dat klinkt romantisch, maar ik ben haar naam vergeten en herinner me vooral mijn natte knieën.

Van enkele van die vrouwen hield ik onbesuisd en soms ook onbetamelijk,van anderen juist heel doordacht en heel fatsoenlijk.

Het meest hield ik van Hanne.

Hanne Sønderskov had schokkend grote, ijsblauwe ogen. Ze kon er verleidelijk mee kijken door ze nog groter te maken dan ze al waren. Op een bepaald moment vroeg ik of ze dat niet meer wilde doen, want ik verzoop er zo ongeveer in. Ze keek betrapt, maar hield er wel mee op.

Met Hanne en haar vriendin Mette, allebei biologiestudenten, werd ik een week lang dronken van grote flessen bier en zelf gemaakte caipirinhas.

Hanne leefde achter glas.
Ik zag wat ze deed, ik zag hoe ze lachte, hoe ze bewoog, hoe ze at en dronk en hoe ze telkens door haar kastanjebruine haar streek, waardoor het onbedoeld rechtop ging staan (wat een grappig gezicht was), maar het lukte me niet dicht bij haar te komen. Ik kon naar haar kijken, maar haar niet echt raken.

De eerste keer dat ik haar zag, schrok ik, zo mooi vond ik haar. Er kleefde een koele onaantastbaarheid aan haar, maar ik wist meteen, eigenlijk al vanaf het moment dat ze in Abraão van de boot stapte, dat ik zo dicht mogelijk bij haar wilde zijn. Er begon toen een knagend verlangen, dat me lang, te lang, in zijn greep zou houden. Een verlangen dat me uiteindelijk alles van waarde en alles dat ik lief had zou doen verliezen, ook mijn eigen waardigheid.

Mette zaaide in het begin verwarring –onbedoeld, dat wel – over haar relatie met Hanne. Toen ik er naar vroeg zei ze: ‘We sleep together’, waardoor ik een tijdje dacht, dat ze een stelletje waren, maar het betekende toen nog niet meer dan dat ze met zijn tweeën een klam bed in een roze huisje deelden aan de Rua das Flores, ergens halverwege de berg. Dat luchtte me gek genoeg op, maar er verdwenen- ik moet het eerlijk toegeven – ook een paar fantasieën uit mijn hoofd. Dat roze huisje was trouwens niet veel meer dan een groot bed met vier muren er omheen en een lekkend dak er boven. De douche en de keuken, die ze nooit gebruikten, waren buiten. Ze konden geen van beide koken.

Mette was een stevige blonde tante, die zichzelf iets te beefy vond en dat klopte ook wel. Er zat veel vlees aan Mette, maar ze droeg het waardig en ze gebruikte haar lijvigheid -als het zo uitkwam- als wapen. Zo liet ze een plaatselijke Casanova bijna stikken, toen die op een van de dansfeesten waar we ’s avonds vaak naar toe gingen, met iets te veel bravoure zijn hoofd ongevraagd in haar decolleté had gestoken. Nou kon het ventje, omdat hij een stuk kleiner was dan zij, bijna niet anders dan daar zijn hoofd verliezen, maar Mette vermoedde kwade opzet en ze propte zijn hoofd zo diep tussen haar borsten dat hij even geen lucht meer kreeg.
De jongen zwaaide wild met zijn armen en zij riep halfdronken boven de muziek uit, dat hij een miezerig klein mannetje was, dat ook nog eens niet kon dansen, maar dat ze wel heel veel van hem hield.
Ze liet hem net op tijd weer naar lucht happen.